zaterdag 20 augustus 2011

Australisch filosoof Peter Singer in Lichtpunt over armoede, euthanasie en dierenrechten

Via België Eén
In het televisieprogramma Lichtpunt dat op zondag 21 augustus tussen 21:25 uur en 12:10 uur via de zender België Eén wordt gepresenteerd, is deze keer een gesprek te zien met de Australische filosoof Peter Singer (geboren 1946) over euthanasie, dierenrechten en armoede: een aardige scala aan hedendaagse thema's, die weliswaar steeds meer mensen aangaan en bezighouden, hetgeen een goede zaak is, maar of dat er tijdig voldoende qua aantal ─ en de daaruit voortvloeiende invloed ─ zullen zijn, staat vooralsnog te bezien.

Hoogleraar aan Princeton
Peter Singer is bio-ethicus en in dat vakgebied hoogleraar aan de Amerikaanse Princeton University. Hij is gespecialiseerd in toegepaste ethiek en heeft de reputatie uit te gaan van het principe van het voorkeurs-utilitarisme en op basis van het atheïsme.

zondag 3 juli 2011

Wijze woorden binnen een discussie van vijf: Terug naar de zwarte jaren dertig

In de nieuwe serie Het Filosofisch Kwintet van de Humanistische Omroep, uit te zenden op Nederland 1, bieden journaliste Clairy Polak en filosoof Ad Verbrugge op zondag 3 juli aan drie gasten de gelegenheid mee te discussiëren en mee te filosoferen over een actueel onderwerp dat deze keer als titel meegekregen heeft Terug naar de zwarte jaren dertig. Aangezien die periode in het land van onze directe oosterburen wel heel erg bruin getint was, zijn we benieuwd hoe zeer deze kleur gaat meespelen in het uitwisselen van gedachten door de vijf deelnemers, elk vanuit een eigen perspectief.
De actuele discussie wordt gevoerd tussen 12:10 uur en 13:10 uur op bovengenoemde televisiezender. 
__________
Naschrift 12:10 uur: Clairy Polak meldde voorafgaande aan het NOS Journaal van 12:00 uur deze ochtend dat het thema van de dag bestond in de vraag of een uitspraak van een overkoepelend gerechtshof meer belang had dan van een rechtscollege in het land waar de problematiek werd behandeld.
Wellicht dat het zwarte gat met bruine randen van de jaren dertig nog aan de orde komt in een latere uitzending.

zondag 26 juni 2011

Vijf wijsgerige lieden, zondag bijeen in Het Filosofisch Kwintet op Nederland 1

De Humanistische Omroep toont, via de televisiezender Nederland 1, op zondag 26 juni ─ tussen 12:10 uur en 13:10 uur ─ voor de tweede keer een aflevering van het programma Het Filosofisch Kwintet. Dat wordt in de tv-komkommertijd ─ meestentijds gekwalificeerd als zomerreces ─ uitgezonden in plaats van het gebruikelijke zondagse programma Buitenhof.
Filosoof Ad Verbrugge (geboren 1967) en journaliste Clairy Polak (geboren 1956) nodigen voor elke zondag in die periode drie gasten uit om gezamenlijk, vanuit een filosofisch perspectief, de kwaliteit van de rechtsstaat te onderzoeken.
De formule lijkt, mutatis mutandis, op Das Philosophische Quartett, dat eens per maand door het tweede publieke Duitse televisienet wordt uitgezonden, met uitzondering van de zomermaanden, en waarin Peter Sloterdijk en Rüdiger Safranski met twee gasten spreken over een actueel thema, eveneens bezien vanuit een wijsgerige invalshoek.


donderdag 28 april 2011

Wijze Woorden van de Oostenrijkse schrijver Johann Nestroy (1)

Johann Nepomuk Nestroy in 1834, geschilderd
door Franz Schrotzberg (1811-1889).

Ich hätt' sollen gar nicht in d'Wirklichkeit kommen; solang ich noch ein Traum meines Vaters, eine Idee meiner Mutter war, da kann ich recht eine charmante Idee gewesen sein; aber so viele herrliche Ideen haben das, wenn s'ins Leben treten, wachsen sie sich miserabel aus.


 Ich habe zu viel Erwachsene kennen gelernt, die der Nachsicht bedürfen, als dass ich je mehr gegen die Kinder streng sein könnte. Den Kindern geschieht ohnedem viel Unrecht. Ist das nicht schon Unrecht genug, dass man sie für glicklich hält? Und sie sind es so wenig wie wir, sie haben in ihren Kinderseelen alle Affekte, eine Sehnsucht die sie mit Täuschungen, eine Eitelkeit die sie mit Kränkungen, eine Phantasie, die sie mit Wauwaubildern quält, und dabei haben sie nicht die Stütze der Vernunft, die uns wenigstens zu Gebot steht wenn wir sie auch nicht gebrauchen. Wir finden ihre Leiden klein, ohne zu bedenken, wie kleinlich wir oft in unseren Leiden sind. Wir finden das kindisch, wenn das Kind sich kränkt über einen hinuntergefallenen Apfel, und wie viele Erwachsene sind oft in Verzweiflung über ein gefallenes Papier.


Viel lernen und nachher viel wissen, das ist keine Kunst, ich habe nichts gelernt und weiss doch eine Menge, da kann man von Kunst reden.

Was die Leute denken werden? Gewiss nicht viel, schon deswegen, weil die denkenden Leute die wenigsten sind.

Man soll die Verirrungen des Geistes nicht für ein Bedürfnis des Herzens halten.

Die meisten verdienen den Namen Liebhaber desstwegen, wei; s'ausser der Lieb gar nix haben.

Die Ehen werden im Himmel geschlossen. [. . .] darum erfordert dieser Stand auch meistens eine überirdische Geduld.

Verdoppeln lässt sich das Glück nur wenn man es teilt.

Wenn die Dummheit in der Regel mehr Glück als die Weisheit hat, so ist es eigentlich schon eine halbe Dummheit, wen man nach Weisheit trachtet. Und wie oft hat der  Gescheite Momente, wo er sich wünscht, recht dumm zu sein; der Dumme hingegen wünscht sich nie,  gescheit zu sein; er glaubt es ohnedem, dass er es ist, und in dieser Leichtfedrtigkeit liegt schon eine Art Glückseligkeit, währenddem das Vielwissen zu gar nix ist, als dass es einem Kopfweh macht.

Glücklich sein ist bei weitem nicht das, als aufhören unglücklich zu sein.

__________
Johann Nepomuk Nestroy (1801-1862)
Oostenrijks zanger, acteur, tonelist in de Biedermeier-periode.

vrijdag 1 april 2011

Grote diversiteit aan opvattingen over (de functie van) de kunst

De een ziet kunst als anarchie [1], een ander daarentegen meent dat (de) kunst constitutief is [2], een derde ziet kunst als overschot [3], en vierde weet zeker dat kunst een tegenbeweging vormt [4]. Kunst beschouwen als utopie is ook een bekend standpunt.
Als we een reeks anonymi mogen geloven, is kunst een vorm van propaganda, of zelfs een revolutie,  dan wel affirmatief. Maar het begrip domheid wordt in die context eveneens genoemd.



Denn die Kunst ist eine Tochter der Freiheit.
Friedrich von Schiller (1759-1805)
Die Kunst ist ein Teilzustand des jeweiligen Gesamtzustandes der Gesellschaft und unterliegt wie sie dem Gesetzgeber.

Arno Holz (1863-1929)


Künstler, du bist König: die Kunst ist das wahre Königreich.
Sàr Mérodack  Joséphin Péladan (1859-1918)



Die Kunst ist (. . .) keine Lehrerin und Erzieherin für das unmittelbare Handeln; der Künstler ist nie in diesem Verstande ein Erzieher und Ratgeber; die Objekte, welche die tragischen Helden erstreben, sind nicht ohne weiteres die erstrebenswerten Dinge an sich.
Friedrich Nietzsche (1844-1900)


Bei uns ist die echte Kunst revolutionär, weil sie nur im Gegensatz zur gültigen Allgemeinheit existiert.
Richard Wagner (1813-1883)


Weens kunsthistoricus Joseph
Strzygowski.

Die Kunst ist fast immer harmlos und wohltätig, sie will nichts anderes sein als Illusion.
Sigmund Freud (1856-1939)


Seine Freunde zu befriedigen ist noch lange keine Kunst: sie fängt erst an, wo man die Gleichgültigen aus ihrer Ruhe aufschreckt.
Hans von Marées (1837-1887)


Die künstlich geschaffenen Gesellschaftskörper bedürfen der Gesetze, um sich an der Macht zu halten, und sie bedürfen der Kunst als Machtmitel, um sich anschaulich durchsetzen zu können. Die Kunst uinterliegt diesem Zwange, ist dem Willen der Machthaber preisgegeben. Der Künstler muß die nötige Schmiegsamkeit besitzen, um sich desen Forderungen zu fügen.
Joseph Strzygowski (1862-1941)
__________
[1] Heinrich Böll (1917-1985)
[2] Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)
[3] Kurt Tucholsky (1890-1935)
[4] Friedrich Nietzsche (1844-1900)
__________
Meer wijze, dan wel minder wijze, woorden over Kunst, maar dan met betrekking tot wetenschap, zijn te vinden in een bijdrage van 2 april 2011, op onze Duitstalige zustersite Kulturtempel (2).

maandag 29 november 2010

Aforismen, deels zeer actueel, van Hans Bauer

Als de scherpe kantjes er af zijn, blijft de botheid over.


Een politicus is goed als de mensen niet doorhebben dat ze slecht bestuurd worden.


Om te denken dat je God voor de gek kunt houden, moet je eerst in hem geloven.


Ik schoot de kogels in het rond, omdat ik niets van vierkant vond.


Het is mogelijk dat het niet kan — dan is het onmogelijk.



Als het morgen weer zulk weer is wordt het vandaag nog een mooie dag.


Politieke energiebesparing: door gebrek aan gewicht werd het plots licht.


Filosofie: Wat is waar? Dit is hier en dat is daar.
__________
Zie voor gedichten van deze zelfde Hans Bauer, een bijdrage op onze zustersite Cultuur in Groningen en omgeving. Onderaan dat gedicht wordt u weer doorverwezen, eveneens via een link, naar eerdere bijdragen op diezelfde site.

dinsdag 16 november 2010

Aanvechtbaar aforisme van Brusselmans over uitvindingen

"Alle uitvindingen zijn door depressieve mensen gedaan", laat de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans (geboren 1957) weten, om daar nog aan toe te voegen: "Een mens kan maar creatief zijn als hij een negatieve ingesteldheid heeft."

De uitspraak — die heden
 de rondedoor ons land doet  als Citaat van de dag — zou wellicht op de schrijver in kwestie van toepassing kunnen zijn, maar als hij naar degenen wijst die grote uitvindingen doen en/of hebben gedaan, is dat voor diversen juist niet van toepassing. Velen van hen hebben weliswaar negatieve ervaringen, zijn wellicht negatief bejegend en hebben daardoor negatieve gevoelens te over ontwikkeld,doch dat betekent niet dat het depressieve mensen zijn, doch eerder mensen die wel eens onder een depressie gebukt gaan, en dat geldt voor zovelen die absoluut niet als depressief kunnen worden aangemerkt. 
Om tot grote uitvindingen te geraken, moeten al die mensen, welke de wereld vooruit kunnen helpen — doch eveneens degenen die iets hebben uitgevonden dat zij positief hebben bedoeld, (doch dat ten detrimente van de mensheid is aangewend, door kwalijke lieden die daarin een gewin hebben gezocht en gevonden, en uiteindelijk voor heel veel depressieve mensen tot gevolg gehad heeft)  — het, al dan niet bewuste, verlangen hebben gekoesterd iets ten faveure van het leven te hebben willen vinden, simpelweg door, meestentijds intensief, te zoeken.