woensdag 11 januari 2012

Een brief van Walther Rathenau aan de filosoof en cultuurjournalist Fritz Mauthner

Op 11 januari 1916 [1] schreef de Duitse industrieel, publicist en politicus Walther Rathenau (1867) een brief aan de filoloog en filosoof Fritz Mauthner (1849-1923), toentertijd te Meersburg:

               Sehr verehrter Herr Mauthner!
Eine ganz besondere Freude haben Ihre gütigen Worte der Anerkennung mir gegeben, eine doppelte: durch den Ausdruck der Gesinnung und als lang entbehrte Zwiesprache.
     Der öffentliche Tätigkeit stehe ich jetzt wieder ganz fern, und deshalb zeigt sich mir auch keine Möglichkeit, wie ich wünschte, um Sie den sichtbaren Staatswesen enger zu verbinden; dem unsichtbaren dienen Sie dauernd und in höchster Form, denn Deutschland kann nur existieren, wenn sein inneres Denken erhalten bleibt.
     In aufrichter Ergebenheit der Ihre Rathenau.
__________
[1] Het gaat hier om brief nr. 186 uit de in 1926 in twee banden ─ door Carl Reissner Verlag, Dresden ─ uitgegeven Briefe van Walther Rathenau
NB: Op dezelfde dag heeft Walther Rathenau een brief aan Thomas Mann geschreven. De inhoud daarvan is opgenomen op onze Duitstalige zustersite Kulturtempel (2). Daarbij gaat het om nr. 185 uit hetzelfde eerste deel van de tweedelige verzameling.
Naschrift 21 januari 2012: Zie ook de brief van Walther Rathenau van 21 januari 1918 aan Hermann Hesse op onze Duitse zustersite Kulturtempel (2), door hier te klikken.

dinsdag 6 december 2011

Epigrammen van de Engelse dichter John Donne bevatten veel wijsheid

Niobe
BY children's births, and death, I am become
So dry, that I am now my own sad tomb.

A Lame Beggar
I AM unable, yonder beggar cries,
To stand, or move; if he say true, he lies.

A Licentious Person
THY sins and hairs may no man equal call,
For, as thy sins increase, thy hairs do fall.

Antiquary
IF in his study he hath so much care
To hang all old strange things, let his wife beware.

An Obscure Writer
PHILO, with twelve years' study, hath been griev'd
To be understood; when will he be believ'd?

__________
Afbeelding: Portret van een jonge man van Albrecht Dürer siert het voorplat van de band met Poems van John Donne, waarin opgenomen de Epigrams.

maandag 28 november 2011

Overdenkenswaardigs van Johann Peter Hebel uit Mancherlei Gute Lehren

Standbeeld voor de dichter, door
Wilhelm Gerstel (1879-1963) in
het Hebelpark te Lörrach.
Nu we gedurende tien dagen ─ deze week vijf avonden en de volgende week eveneens van maandag tot en met vrijdag ─, in het vaste programma-onderdeel van de Duitse regionale radiozender NDR Kultur, in totaal tien verhalen van Johann Peter Hebel voorgelezen krijgen, is het wellicht ook aardig om daarnaast enkele van de negentien andere teksten van dezelfde auteur te publiceren, die hij als Mancherlei Gute Lehren in zijn oeuvre heeft opgenomen.
Die titel kun je zien als een alternatief voor Wijze Woorden, al zijn deze iets langer dan we hier als gebruikelijk opnemen.

Nummer 16 van die negentien Lehren luidt:
"Man muß mit den Wölfen heulen. Daß heißt: Wenn man zu unvernbünftigen Leuten kommt, muß man auch unvernünftig tun wie sie. Merke: Nein! Sondern erstlich, du sollst dich nicht unter die Wölfe mischen, sondern ihnen aus dem Weg gehen. Zweitens, wenn du ihnen nicht entweichen kannst, so sollst du sagen: "Ich bin ein Mensch und kein Wolf. Ich kann nicht so schön heulen wie ihr." Drittens: Wenn du meinst es sei nimmer anders von ihnen loszukommen, so will dir der Hausfreund erlauben, ein- oder zweimal mitzubellen, aber du sollst nicht mit ihnen beißen und anderer Leute Schafe fressen. Sonst kommt zuletzt der Schäfer, und du wirst mit ihnen erschossen.

Nummer 17:

Alles geht leichter wenn man einen Gehilfen hat. Aber eine Heimlichkeit verschweigen kann man besser allein als selbander.

Nummer 18:
Der Mensch ist an drei Proben zu erkennen. Erstlich: Erzürne ihn. Zweitens: Berausche ihn. Drittens: Teile mit ihm ein Erbe. Wenn er in der letzten Probe nicht mankiert, so ist er probat.

Nummer 19 (de laatste uit de reeks):
Worin besteht der Unterschied zwischen einem ehrlichen Mann und einem unehrlichen? Antwort: Der ehrliche Mann findet nichts eher als bis es der Eigentümer verloren hat. Im anderen Fall verliert es Eigentümer erst, wenn es der Unehrliche findet. Item: der Ehrliche gibt es dem Eigentümer zurück, wenn er kann. Der Unehrliche findet noch mehr dazu wenn er kann.

zondag 27 november 2011

Guido Gezelle: Vlaamsche spreuken uit de Duikalmanak

Ieder stuivertje brengt zijn gierigheid mede.


De lange weg maakt den moeden knecht.


Het vat geeft uit wat het in heeft.


Geen armer dier dan een hond zonder vlooien.


Het is beter een valsch herbergier
drinkt zelf zijn oneerlijk bier.


't Is gelijk van waar het komt, als 't betaald is.


De nagel heeft het zo kwaad als het gat.


Als de muize in den meelzak is,
meent ze dat ze zelf de meulenare is.


Duivelsbrood groeit in eenen nacht.


Men scheert geen ei, waarom?
't Er groeit geen haarken op.
Foto van Guido Gezelle, op basis van een
veel oudere fotografie uit de 19de eeuw.


Rijkmans ziekte en ammans gebraad
loopen gauw op straat.



Alle dingen hebben twee handhaven,
uitgenomeneen pastoroshond en een koekepanne;
de een heeft er die en de andere maar één.


Hoveerdig ras der menschelingen,
wie zal in u 't bekennen dwingen,
dat al hetgeen gij zijt in schijn,
toch niets en is als kleene zijn.



Leven is maar leed en lijden,

of het nog zoo zalig waar',
Somtijds met een uur verblijden
somtijds met geen één voorwaar.



Het herte lacht niet iederen keer dat de mond lacht.


__________
Meer bijdragen op enkele van onze zustersites, in verband met het feit dat deze grootheid der Vlaamse dichters, in de tweede helft van de negentiende eeuw, op 27 november, in het jaar 1899 is overleden.
Zie: Artikel van heden op Tempel der Letteren. Tevens verwijzen we naar een andere zustersite, die van het fin de siècle, omdat ook daarop vandaag een bijdrage is opgenomen over deze dichter. En op onze zustersite Tempel der Dichtkunst hebben we heden drie van de vele Kleengedichtjes van Gezelle opgenomen.

zondag 23 oktober 2011

Diepzinnige, doch voor de hand liggende gedachten, kort en krachtig, van Groninger Boekito


Om te denken dat je God voor de gek kunt houden, moet je eerst in Hem geloven.

Evenwel is een woord dat nooit aan het begin van een zin staat.
__________
Occupy-beweging
Politici organiseren de maatschappij zodanig dat deze een vijver wordt. Deze kan dan door een kleine groep mensen leeggevist worden. Het overgrote deel heeft het nakijken. Dit heet het vrije spel der maatschappelijke krachten. Liberalisme ─ ook wel salon/Calon-socialisme genaamd.
Als dank krijgen de politici wat brokken toegeworpen. Het zijn jokkebrokken, natuurlijk.

__________

Van de Groninger Boekito kunt u ook gedichten, soms dubbelzinnig van inhoud, raadplegen op onze zustersite Cultuurtempel. In het artikel onder deze link vindt u verdere links naar andere bijdragen, eveneens op die site en op weer andere. Prachtig gewoon!
Zie tevens eerdere aforismen van dezelfde auteur, geplaatst in november 2010 op deze site.


dinsdag 11 oktober 2011

Twaalf voor de hand liggende en diepzinnige gedachten van Louis-Philippe Comte de Ségur



Louis-Philippe, comte
 de Ségur (1753-1830).
Le génie fonde les empires; l'esprit public les conserve; l'égoïsme les détruit.


Les empires tombent comme les hommes, parcequíls veulent aller trop loin et trop vite.


La vertu publique est le seul esprit de vie des états.


La véritable esprit dúne république vertueuse est l'esprit de famille; il adocit le joug, et rend toutes chaînes légères.


Cést le comble du délire de croire quíl est aussi facile de faire des républicains que des projets de république.


L'âge mûr doit proposer les lois; la vieillesse doit les sanctionner; la jeunesse doit les défendre et les exécuter.


Titelpagina van het boek in
kwestie, uitgegeven in 1823.
Les lois tyranniques sèment la haine et recueillent la révolte.


Les lois ne peuvent rien contre les opinions.


Quand l'histoire encense la vanité des despotes, elle est complice de la tyrannie.


La raison écrit l'histoire, et la passion ne compose que des romans politiques.


Se venger de l'injustice de son pays, cést la justifier.


Le pays le plus heureux est celui où l'on sent le moins l'action d'un gouvernement.
__________
Uit: Louis-Philippe, comte de Ségur (1753-1830):
Pensées, maximes et réflexions ─ extraits de ses ouvrages.
1823, Paris, Alexis Eymery, libraire.
__________
Zie tevens onze selectie uit hetzelfde boekje, eerder opgenomen op deze site in maart 2010.

zaterdag 20 augustus 2011

Australisch filosoof Peter Singer in Lichtpunt over armoede, euthanasie en dierenrechten

Via België Eén
In het televisieprogramma Lichtpunt dat op zondag 21 augustus tussen 21:25 uur en 12:10 uur via de zender België Eén wordt gepresenteerd, is deze keer een gesprek te zien met de Australische filosoof Peter Singer (geboren 1946) over euthanasie, dierenrechten en armoede: een aardige scala aan hedendaagse thema's, die weliswaar steeds meer mensen aangaan en bezighouden, hetgeen een goede zaak is, maar of dat er tijdig voldoende qua aantal ─ en de daaruit voortvloeiende invloed ─ zullen zijn, staat vooralsnog te bezien.

Hoogleraar aan Princeton
Peter Singer is bio-ethicus en in dat vakgebied hoogleraar aan de Amerikaanse Princeton University. Hij is gespecialiseerd in toegepaste ethiek en heeft de reputatie uit te gaan van het principe van het voorkeurs-utilitarisme en op basis van het atheïsme.

zondag 3 juli 2011

Wijze woorden binnen een discussie van vijf: Terug naar de zwarte jaren dertig

In de nieuwe serie Het Filosofisch Kwintet van de Humanistische Omroep, uit te zenden op Nederland 1, bieden journaliste Clairy Polak en filosoof Ad Verbrugge op zondag 3 juli aan drie gasten de gelegenheid mee te discussiëren en mee te filosoferen over een actueel onderwerp dat deze keer als titel meegekregen heeft Terug naar de zwarte jaren dertig. Aangezien die periode in het land van onze directe oosterburen wel heel erg bruin getint was, zijn we benieuwd hoe zeer deze kleur gaat meespelen in het uitwisselen van gedachten door de vijf deelnemers, elk vanuit een eigen perspectief.
De actuele discussie wordt gevoerd tussen 12:10 uur en 13:10 uur op bovengenoemde televisiezender. 
__________
Naschrift 12:10 uur: Clairy Polak meldde voorafgaande aan het NOS Journaal van 12:00 uur deze ochtend dat het thema van de dag bestond in de vraag of een uitspraak van een overkoepelend gerechtshof meer belang had dan van een rechtscollege in het land waar de problematiek werd behandeld.
Wellicht dat het zwarte gat met bruine randen van de jaren dertig nog aan de orde komt in een latere uitzending.

zondag 26 juni 2011

Vijf wijsgerige lieden, zondag bijeen in Het Filosofisch Kwintet op Nederland 1

De Humanistische Omroep toont, via de televisiezender Nederland 1, op zondag 26 juni ─ tussen 12:10 uur en 13:10 uur ─ voor de tweede keer een aflevering van het programma Het Filosofisch Kwintet. Dat wordt in de tv-komkommertijd ─ meestentijds gekwalificeerd als zomerreces ─ uitgezonden in plaats van het gebruikelijke zondagse programma Buitenhof.
Filosoof Ad Verbrugge (geboren 1967) en journaliste Clairy Polak (geboren 1956) nodigen voor elke zondag in die periode drie gasten uit om gezamenlijk, vanuit een filosofisch perspectief, de kwaliteit van de rechtsstaat te onderzoeken.
De formule lijkt, mutatis mutandis, op Das Philosophische Quartett, dat eens per maand door het tweede publieke Duitse televisienet wordt uitgezonden, met uitzondering van de zomermaanden, en waarin Peter Sloterdijk en Rüdiger Safranski met twee gasten spreken over een actueel thema, eveneens bezien vanuit een wijsgerige invalshoek.


donderdag 28 april 2011

Wijze Woorden van de Oostenrijkse schrijver Johann Nestroy (1)

Johann Nepomuk Nestroy in 1834, geschilderd
door Franz Schrotzberg (1811-1889).

Ich hätt' sollen gar nicht in d'Wirklichkeit kommen; solang ich noch ein Traum meines Vaters, eine Idee meiner Mutter war, da kann ich recht eine charmante Idee gewesen sein; aber so viele herrliche Ideen haben das, wenn s'ins Leben treten, wachsen sie sich miserabel aus.


 Ich habe zu viel Erwachsene kennen gelernt, die der Nachsicht bedürfen, als dass ich je mehr gegen die Kinder streng sein könnte. Den Kindern geschieht ohnedem viel Unrecht. Ist das nicht schon Unrecht genug, dass man sie für glicklich hält? Und sie sind es so wenig wie wir, sie haben in ihren Kinderseelen alle Affekte, eine Sehnsucht die sie mit Täuschungen, eine Eitelkeit die sie mit Kränkungen, eine Phantasie, die sie mit Wauwaubildern quält, und dabei haben sie nicht die Stütze der Vernunft, die uns wenigstens zu Gebot steht wenn wir sie auch nicht gebrauchen. Wir finden ihre Leiden klein, ohne zu bedenken, wie kleinlich wir oft in unseren Leiden sind. Wir finden das kindisch, wenn das Kind sich kränkt über einen hinuntergefallenen Apfel, und wie viele Erwachsene sind oft in Verzweiflung über ein gefallenes Papier.


Viel lernen und nachher viel wissen, das ist keine Kunst, ich habe nichts gelernt und weiss doch eine Menge, da kann man von Kunst reden.

Was die Leute denken werden? Gewiss nicht viel, schon deswegen, weil die denkenden Leute die wenigsten sind.

Man soll die Verirrungen des Geistes nicht für ein Bedürfnis des Herzens halten.

Die meisten verdienen den Namen Liebhaber desstwegen, wei; s'ausser der Lieb gar nix haben.

Die Ehen werden im Himmel geschlossen. [. . .] darum erfordert dieser Stand auch meistens eine überirdische Geduld.

Verdoppeln lässt sich das Glück nur wenn man es teilt.

Wenn die Dummheit in der Regel mehr Glück als die Weisheit hat, so ist es eigentlich schon eine halbe Dummheit, wen man nach Weisheit trachtet. Und wie oft hat der  Gescheite Momente, wo er sich wünscht, recht dumm zu sein; der Dumme hingegen wünscht sich nie,  gescheit zu sein; er glaubt es ohnedem, dass er es ist, und in dieser Leichtfedrtigkeit liegt schon eine Art Glückseligkeit, währenddem das Vielwissen zu gar nix ist, als dass es einem Kopfweh macht.

Glücklich sein ist bei weitem nicht das, als aufhören unglücklich zu sein.

__________
Johann Nepomuk Nestroy (1801-1862)
Oostenrijks zanger, acteur, tonelist in de Biedermeier-periode.

vrijdag 1 april 2011

Grote diversiteit aan opvattingen over (de functie van) de kunst

De een ziet kunst als anarchie [1], een ander daarentegen meent dat (de) kunst constitutief is [2], een derde ziet kunst als overschot [3], en vierde weet zeker dat kunst een tegenbeweging vormt [4]. Kunst beschouwen als utopie is ook een bekend standpunt.
Als we een reeks anonymi mogen geloven, is kunst een vorm van propaganda, of zelfs een revolutie,  dan wel affirmatief. Maar het begrip domheid wordt in die context eveneens genoemd.



Denn die Kunst ist eine Tochter der Freiheit.
Friedrich von Schiller (1759-1805)
Die Kunst ist ein Teilzustand des jeweiligen Gesamtzustandes der Gesellschaft und unterliegt wie sie dem Gesetzgeber.

Arno Holz (1863-1929)


Künstler, du bist König: die Kunst ist das wahre Königreich.
Sàr Mérodack  Joséphin Péladan (1859-1918)



Die Kunst ist (. . .) keine Lehrerin und Erzieherin für das unmittelbare Handeln; der Künstler ist nie in diesem Verstande ein Erzieher und Ratgeber; die Objekte, welche die tragischen Helden erstreben, sind nicht ohne weiteres die erstrebenswerten Dinge an sich.
Friedrich Nietzsche (1844-1900)


Bei uns ist die echte Kunst revolutionär, weil sie nur im Gegensatz zur gültigen Allgemeinheit existiert.
Richard Wagner (1813-1883)


Weens kunsthistoricus Joseph
Strzygowski.

Die Kunst ist fast immer harmlos und wohltätig, sie will nichts anderes sein als Illusion.
Sigmund Freud (1856-1939)


Seine Freunde zu befriedigen ist noch lange keine Kunst: sie fängt erst an, wo man die Gleichgültigen aus ihrer Ruhe aufschreckt.
Hans von Marées (1837-1887)


Die künstlich geschaffenen Gesellschaftskörper bedürfen der Gesetze, um sich an der Macht zu halten, und sie bedürfen der Kunst als Machtmitel, um sich anschaulich durchsetzen zu können. Die Kunst uinterliegt diesem Zwange, ist dem Willen der Machthaber preisgegeben. Der Künstler muß die nötige Schmiegsamkeit besitzen, um sich desen Forderungen zu fügen.
Joseph Strzygowski (1862-1941)
__________
[1] Heinrich Böll (1917-1985)
[2] Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)
[3] Kurt Tucholsky (1890-1935)
[4] Friedrich Nietzsche (1844-1900)
__________
Meer wijze, dan wel minder wijze, woorden over Kunst, maar dan met betrekking tot wetenschap, zijn te vinden in een bijdrage van 2 april 2011, op onze Duitstalige zustersite Kulturtempel (2).

maandag 29 november 2010

Aforismen, deels zeer actueel, van Hans Bauer

Als de scherpe kantjes er af zijn, blijft de botheid over.


Een politicus is goed als de mensen niet doorhebben dat ze slecht bestuurd worden.


Om te denken dat je God voor de gek kunt houden, moet je eerst in hem geloven.


Ik schoot de kogels in het rond, omdat ik niets van vierkant vond.


Het is mogelijk dat het niet kan — dan is het onmogelijk.



Als het morgen weer zulk weer is wordt het vandaag nog een mooie dag.


Politieke energiebesparing: door gebrek aan gewicht werd het plots licht.


Filosofie: Wat is waar? Dit is hier en dat is daar.
__________
Zie voor gedichten van deze zelfde Hans Bauer, een bijdrage op onze zustersite Cultuur in Groningen en omgeving. Onderaan dat gedicht wordt u weer doorverwezen, eveneens via een link, naar eerdere bijdragen op diezelfde site.

dinsdag 16 november 2010

Aanvechtbaar aforisme van Brusselmans over uitvindingen

"Alle uitvindingen zijn door depressieve mensen gedaan", laat de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans (geboren 1957) weten, om daar nog aan toe te voegen: "Een mens kan maar creatief zijn als hij een negatieve ingesteldheid heeft."

De uitspraak — die heden
 de rondedoor ons land doet  als Citaat van de dag — zou wellicht op de schrijver in kwestie van toepassing kunnen zijn, maar als hij naar degenen wijst die grote uitvindingen doen en/of hebben gedaan, is dat voor diversen juist niet van toepassing. Velen van hen hebben weliswaar negatieve ervaringen, zijn wellicht negatief bejegend en hebben daardoor negatieve gevoelens te over ontwikkeld,doch dat betekent niet dat het depressieve mensen zijn, doch eerder mensen die wel eens onder een depressie gebukt gaan, en dat geldt voor zovelen die absoluut niet als depressief kunnen worden aangemerkt. 
Om tot grote uitvindingen te geraken, moeten al die mensen, welke de wereld vooruit kunnen helpen — doch eveneens degenen die iets hebben uitgevonden dat zij positief hebben bedoeld, (doch dat ten detrimente van de mensheid is aangewend, door kwalijke lieden die daarin een gewin hebben gezocht en gevonden, en uiteindelijk voor heel veel depressieve mensen tot gevolg gehad heeft)  — het, al dan niet bewuste, verlangen hebben gekoesterd iets ten faveure van het leven te hebben willen vinden, simpelweg door, meestentijds intensief, te zoeken.

zondag 10 oktober 2010

Walt Whitman en enige van zijn genoteerde gedachten (1)



BEAUTIFUL WOMEN:
WOMEN sit or move to and fro, some old, some young.
The young are beautiful — but the old aremore beautiful 

than the young.
(1860)

THOUGHT
OF EQUALITY — as if it harm'd me, giving others the same 

chances and rights as myself — as if it were not indispensable 
to my own rights that others possess the same.
(1860)

LOCATIONS AND TIMES:
LOCATIONS and times what is it in me that meets them
 all, whenever and wherever, and makes me at home? 
Farms, colors, densities, odors — what is it in me that 
corresponds with them?
(1860)

WHAT AM I AFTER ALL
WHAT am I after all but a child, pleas'd with the sound
of my own name? repeating it over and over;
I stand apart to hear — it never tires me.

To you, your name also;
Did you think there was nothing but two or three 
pronunciations inthe sound of your name?
(1860)



Signatuur van de Amerikaanse dichter, essayist en
prozaschrijver Walt Whitman (1819-1892)














LOOK DOWN FAIR MOON:
LOOK down fair moon and bathe this scene,
Pour softly down night's nimbus floods on faces ghastly, 

swollen, purple,
On the dead on their backs with arms toss'd wide,
Pour down your unstinted nibus sacred moon.

(1865)

THE CALMING THOUGHT OF ALL:
THAT coursing on, whate'er men's speculations,
Amd the changing schools, theologies, philosophies,
Amid the bawling presentations new and old,

The round earth's silent vital laws, facts, modes continue.
(1888)

STRONGER LESSONS:

HAVE you learn'd lessons only of those who admired 
you and were tender with you, and stood aside for you?
Have you not learn'd great lessons from those who reject 

you, and brac themselves against you? or who treat 
you with contempt, or dispute the passage with you?
(1888)
_________
Twee gedichten van deze Amerikaanse grootmeester in het omgaan met taal en denken vindt u in een bijdrage op onze zustersite Tempel der Dichtkunst.

donderdag 7 oktober 2010

Overpeinzingen van Christian Morgenstern uit Stufen


Ich fange das Raubvögelgesindel meiner häßlichen Gedanken und bate sie am Spieß, derüber einem Feuer sich dreht. Ach, vergebens.


Ich habe nur einen wirklichen Feind auf Erden, und das bin ich selbst.


Ganze Weltalter von Liebe werden notwendig sein, um den Tieren ihre Dienste und Verdienste an uns zu vergelten.

Alles Denken ist Übersetzen Gottes ins Rationalistische. Von Gott dem Original wissen wir nur durch Gott den Übersetzer.

Im Geist erst wird die Natur, wird Gott tragisch. Was ist der Mensch? Die Tragödie Gottes.

Es ist mit der Weltenuhr wie mit der des Zimmers. Sie ist die absurdeste Fälschung der «Wirklichkeit», die dem Menschen wohl je gelungen ist, und doch baut sich auf ihr unsre ganze heutige Welt auf.


Man soll sich keiner Krankheiten schämen und freuen; denn sie sind nichts anderes als ausgetragene Verschuldung.


Wer das feine zweite Ohr für den Souffleur hat, sieht die Geschichte der Menscheit anders an.


Denke dir einen Teppich aus Wasser. Und als die Stickerei dieses Teppichs die Geschichte der Menschen.


Christian Morgenstern (1871-1914)

Uit: Stufen (1916 posthuum verschenen)
__________
Raadpleeg onze Duitstalige zustersite Kulturtempel 2 voor meer aforismen van Christian Morgenstern. Meer in deze categorie gedachten van deze auteur is te vinden op onze Duitstalige zustersite Kulturtempel 2.
__________
Afbeelding: De schrijver in 1907. Schilderij van Hermann Voelkerling (1875-1924).

dinsdag 28 september 2010

Filosofische dauwdruppels uit Cassell's Magazine 1908



It is easier for most folk to follow the band than to face the music.

The younger the man, th more he thinks he knows about women.


The girl who wants to make a name for herself can seldom make a loaf of bread.


When a woman announces that she has nothing further to say , she manages to say it at great lengths.


Many a politician has boasted that all the leaders of his party are at his back, only to discover that they are there to kick him.


Fortune with card are more easily told than made
.

A man is often a woman's toy, to be thrown aside when he is broke.


Fools are people who don't use our own particular brand of folly
.

We can forgive beauty for being only skin deep if the girl has money.


It occasionally happens that a man marries in haste and spends his wife's money at leisure.


Many a man who is the architect of his own fortune gets no further than the plans and specifications.


Scientists claim that women need more sleep than men. If we could only convince our wives of the truth of this, maybe they would't wait up for us.


Deze (semi-)filosofische dauwdruppels zijn afkomstig uit een nummer van
Cassell's Magazine, verschenen in de zomer van 1908 onder de titel Philosophic dew-drops.

maandag 16 augustus 2010

Uit de enorme schat aan Goethe's wijsheden (1)

Es kommt im Leben bloß auf's Tun an, das Genießen und Leiden findet sich von selbst.

Der Ernst, das Heilige, macht allein das Leben zur Ewigkeit.

Vergebens werden ungebundene Geister
Nach der Vollendung reinerHöhe streben;
Wer Großes will, muß sich zusammenraffen.

Ich habe glückliche Mensen kennen lernen, die es nur sind, weil sie g a n z sind; auch der Geringste, wenn er ganz ist, kann glücklich und in seiner Art vollkommen sein.

Wie kann man sich selbst kennen lernen? Durch Betrachten niemals, wohl aber durch Handeln. Versuche, deine Pflicht zu tun, und du weißt gleich, was an dir ist.

Es bleibt ewig wahr:
Sich zu beschränken, einen Gegenstand, wenige Gegenstände recht bedürfen, so auch recht lieben, an ihnen hängen, sie auf alle Seiten wenden, mit ihnen vereinigt werden, das macht den Dichter, den Künstler, — den Menschen.

Zur Resignation gehört Charakter.
__________
Nog zeven van dergelijke wijsheden kunt u vinden op onze Duitse zustersite Kulturtempel in een bijdrage, eveneens van heden.
__________
Afbeelding: Goethe geportretteerd in 1826 door Julius Ludwig Sebbers (1804-1843).

zaterdag 7 augustus 2010

Das geflügelte Wort en nog zeven andere epigrammen van de befaamde romantische dichter Wilhelm Müller

Recht und Liebe.
Das Recht sagt: Jedem das Seine!
Die Liebe: Jedem das Deine!

Zeit und Mensch.
Was heißt das, über die Zeit zu klagen!
Wie jeder sie macht, so muß er sie tragen.

Die schwere Last.
Nichts ist dem Menschen so schwer zu tragen,
Als eine Lust von guten Tagen.

Lust und Leid.
Wenn du Gott wolltest Dank für jede Lust erst sagen,
Du fändest gar nicht Zeit, noch über Weh zu klagen.

Das geflügelte Wort.
Ist das Wort der Lipp' entflohen, du ergreifst es nimmermehr
Führt die Reu' auch mit vier Pferden augenblicklich hinterher.

Weltlust.
Die Lust der Welt ist Honigseim, um den wir wie die Fliegen schweben;
Noch keine hat daraus genippt, ihr blieb ein Stückchen Flügel kleben.

Atlas.
O Atlas, großer, starker Riese, wie wird des Himmels Last dir schwer!
Die Liebe trägt dieselbe Bürde und hüpft so selig hin und her.

Der erste Flecken.
Wenn du durch den Kot der Strae mußt mit neuen Schuhen gehn,
Wirst du trippelnd auf den Spitzen nach den blanksten Steinen sehn;
Hat sie erst beschmutzt ein Fleckchen, lernst du waten sicherlich:
Hüte, Kind, in deiner Seele vor dem ersten Flecken dich!


Wilhelm Müller (1794-1827), Duits romantisch dichter, verwierf vermaardheid die, zij het thans vooral passief, in combinatie met de liederen van Franz Schubert (1797-1828) is blijven bestaan.

vrijdag 18 juni 2010

Markante uitspraken van Friedrich von Hardenberg

Der Dichter schließt, wie er den Zug beginnt. Wenn der Philosoph nur alles ordnet, alles stellt, so löst der Dichter alle Bande auf. Seine Worte sind nicht allgemeine Zeichen — Töne sind es — Zauberworte, die schöne Gruppen um sich her bewegen. Wie Kleider der Heiligen noch wunderbare Kräfte erhalten, so ist manches Wort durch irgendein herrliches Andenken geheiligt und fast allein schon ein Gedicht geworden. Dem Dichter ist die Sprache nie zu arm, aber immer zu allgemein. Er bedarf oft wiederkehrender, durch den Gebrauch absgespielter Worte. Seine Welt ist einfach wie sein Instrument — aber eben so unerschöpflich an Melodien.

Es gibt eine symptomatische und eine genetische Nachahmung. Die letzte ist allein lebendig. Sie setzt die innigste Vereinigung der Einbildungskraft und des Verstandes voraus. / Dieses Vermögen, eine fremde Individualität wahrhaft in sich zu erwecken — nicht bloß durch eine oberflächliche Nachahmung zu täuschen — ist noch gänzlich unbekannt und beruht auf einer höchst wunderbaren Penetration und geistigen Mimik. Der Künstler macht zu allem, was er sieht und was er sein will.

Die Poesie schaltet und waltet mit Schmerz und Kitzel, mit Lust und Unlust, Irrtum und Wahrheit, Gesundheit und Krankheit. Sie mischt alles zu ihrem großen Zwecke — der Erhebung des Menschen über sich selbst.

Der echte Dichter ist allwissend; er ist eine wirkliche Welt im kleinen.

Der erste Mensch ist der erste Geisterseher. Ihm erscheint alles als Geist. Was sind Kinder anders als erste Menschen? Der frische Blick des Kindes ist überschwenglicher als die Ahnung des entschiedensten Sehers.



Wer keine Gedichte machen kann, wird sie auch nur negativ beurteilen. Zur echten Kritik gehört die Fähigkeit, das zu kritisierende Produkt selbst hervorzubringen. Der Geschmack allein beurteilt nur negativ.

Alle geistige Berührung gleicht der Berührung eines Zauberstabes. Alles kann zum Zauberwerkzeug werden. Wem aber die Wirkungen einer solchen Berührung so fabelhaft, wem die Wirkungen eines Zauberspruchs so wunderbar vorkommen, der erinnere sich doch nur an die erste Berührung der Hand seiner Geliebten, an ihren ersten bedeutenden Blick, wo der Zauberstab der abgebrochene Lichtstrahl ist, an den ersten Kuß, an das erste Wort der Liebe, — und frage sich, ob der Bann und Zauber dieser Momente nicht auch fabelhaft und wundersam, unauflöslich und ewig ist?

Das lyrische Gedicht ist für Heroen, es macht Heroen. Das epische Gedicht für Menschen. Der Heros ist lyrisch, der Mensch episch, der Genius dramatisch. Der Mann lyrisch, die Frau episch, die Ehe dramatisch.

Die Welt ist Resultat eines unendlichen Einverständnisses, und unsere eigene innere Pluralität ist der Grund der Weltanschauung.

Man kann immer zugeben daß der Mensch einen vorwaltenden Hang zm Bösen hat — desto besser ist er von Natur, denn nur das Ungleichartige zieht sich an.


Uit: Vermischte Fragmente.

Georg Friedrich Philipp Freiherr von Hardenberg — als dichter bekend onder de naam Novalis — werd op 2 mei 1772 geboren; hij overleed op 25 maart 1801.
__________
Zie tevens onze bijdrage op deze website, gedateerd 1 november 2008, waarin overigens nog weer wordt doorverwezen naar andere teksten op zustersites dan wel redactioneel aan deze website verbonden elektronische publicaties.
Voorts verwijzen we naar één van de Geistliche Lieder van deze auteur, welke heden is opgenomen op onze zustersite Tempel der Dichtkunst.
__________
Afbeelding:
Signatuur van Friedrich von Hardenberg. Overgenomen uit Heinrich Kurz: 
Geschichte der deutschen Literatur;
Dritter Band, Zweite Auflage, Verlag B.G. Teubner, Leipzig 1859.

vrijdag 5 maart 2010

Uit Pensées, Maximes et Réflexions van le comte de Ségur



Dans l'enfance tout le monde donne à nous; dans la jeunesse nous nous donnons aux autres; dans la vieillesse nous nous concentrons en nous-mêmes.

L'austérité de certains philosophes est la mère de beuacoup de folies.

L'âme malade est malheureuse comme le corps lorsqu'il est malsain: les passions sont les maladies de l'âme; sa santé, c'est la raison.

Celui qui craint tout croit tout.

Dans l'extrème danger, l'extrème audace est sagesse.

L'argent devient toujours rare dans un siècle où tout le monde en veut; tout se vend alors, la réputation, l 'esprit, l'amitié, l'amour.

L'adversité, qui abat les coeurs faibles, grandit les âmes fortes.

L'amour-propre, toujours maître des hommes, corrompt les forts par l'orgueuil et les faibles par la vanité.

La confiance se donne et ne se commande pas.

Souvent le courage, qui résiste avec fierté aux grands malheurs, cède aux contrariétés journalières, et succombe aux chagrins domestiques.

__________
Naschrift 11 oktober 2011:
Zie ook onze selectie van heden, uit hetzelfde boekje, eveneens op deze site opgenomen.