skip to main |
skip to sidebar
In een der boeken van het Boek der Boeken
In het boek Ecclesiates (De Prediker) wordt in Hoofdstuk 12, vers 11 en 12, gewag gemaakt van boeken en lezen, en dat is weer in diverse vertalingen zo poëtisch overgebracht dat we enkele daarvan u — in het kader van deze verzameling wijze woorden en aanverwants — niet willen onthouden. In de klassieke Statenvertaling wordt het als volgt verwoord:
Ende wat boven deselve is / mijn sone / weest gewaerschouwd / van vele boeken te maken / en is geen eynde / ende veel lesens is vermoeijinge des vleesches. (Uitgave 1793. *1)
In een begin twintigste eeuw uitgegeven versie van diezelfde Statenvertaling staat het zo:
En wat bovenal dezelve (*2) is, mijn zoon, wees gewaarschuwd: van vele boeken te maken is geen einde, en veel lezen is vermoeiing des vleesches.
In de Nieuwe Vertaling van de Bijbel, voor het eerst compleet verschenen in 1951, komen we het als volgt, veel prozaïscher, tegen:
En overigens, mijn zoon, wees gewaarschuwd; er is geen einde aan het maken van veel boeken en veel doorvorsen is afmatting voorhet lichaam.
Zo is de tekst ook te vinden in de Rembrandt-bijbel. Een Nederlandse editie met illustraties door Rembrandt van Rijn (1606-1669).
In de Groot Nieuws Bijbel in de omgangstaal wordt het zodanig gezegd dat niemand meer hoeft na te denken wat er zou kunnen worden bedoeld:
En dan nog iets, een laatste waarschuwing. Er worden veel te veel boeken geschreven en van al dat lezen wordt je alleen maar moe.
In de allernieuwste Nederlandse vertaling van de Heilige Schrift, verschenen in 2004, lezen we:
En tot slot, mijn zoon, nog deze waarschuwing: er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af.
In de wat oudere, Leidsche vertaling — die de tekst opvallenderwijs over de hele bladspiegel, en niet in twee kolommen uitspreidt — staat het zo:
En wat hierboven uitgaat — mijn zoon, laat u waarschuwen: aan het vele boeken maken komt geen einde, en diep doordenken is vermoeiing des vleesches.
In de Engelse King James Bible vinden we het zo omschreven:
And, further by these, my son, he admonished: of making any books there is no end and much study is a weariness of the flesh (3)
En dan kunnen we vanzelfsprekend ook niet achterblijven met dezelfde tekst in een Franse bijbelvertaling:
Du reste, mon fils, tire instruction de ces choses; on ne finirait pas, si l'on voulait faire und grand nombre de livres, et beaucoup d'étude est une fatigue pour le corps.
Zo staat dat in en Franse, protestantse versie van 1882 — ook daarin de tekst over de hele breedte van de bladspiegel — en exact zo in een gereviseerde editie van 1951. Het opvallende is echter dat in die beide edities het versnummer niet 12 maar 14 is.
In de editie van 1545 van de Bijbel "Aufss new zugericht" door Martin Luther, staat de tekst zo:
Hüt dich mein Son / fur andern mer/ Denn viel Bücher machens ist kein Ende / Vnd viel Predigen macht den Leib müde.
Diverse latere uitgaven beroepen zich erop te zijn "nach der deutschen Übersetzung Martin Luthers", en dan lezen we in de uitgave van 1963 door de Württembergische Bibelanstalt Stuttgart:
Hüte dich, mein Sohn, vor andern mehr; denn viel Büchermachens ist kein Ende, und viel Studieren macht den Leib müde.
In de zogeheten Merian-Bibel, een bijbeluitgave met kopergravures van Matthaeus Merian (1593-1650) is sprake van 'revidierter Text 1964', en dan luidt diezelfde tekst op basis van de Luther-vertaling:
Und über dem allen, mein Sohn, laß dich warnen: denn des vielen Büchermachens ist kein Ende, und viel Studieren macht den Leib müde.
In de katholieke Herder-editie, een Jubiläumsausgabe van 1965, staat het iets anders:
Über dies hinaus, mein Sohn, laß dich warnen! Das viele Büchermachen nimmt kein Ende, und vieles Studieren ermüdet den Leib.
__________
*1 Voor bijzonderheden over de verschillende, hier gebruikte, edities van de Gantsche Heilige Schrift zij verwezen naar ons artikel op deze site over Behartenswaardige Woorden van de Apostel Paulus.
*2 Hiermede wordt verwezen naar het in het onmiddellijk voorafgaande Vers 11 vermelde over de 'als nagelen diep ingeslagen' Woorden der Wijzen en hun Verzamelingen.
*3 Nimmer heb ik meegemaakt dat een student — zelfs niet een van een faculteit der godgeleerdheid — die geen zin had om veel te lezen voor zijn vak, naar deze passage in de Schrift heeft verwezen.
____________
Afbeeldingen
1. Afbeelding op de voor- èn achterzijde van de cassette voor de einde jaren zestig van de vorige eeuw uitgegeven Rembrandtbijbel.
2. Voorplat met in de band gestanste ornamentiek van de Leidsche Vertaling van de Bijbel.
3. Gereproduceerd voorkomen van de Luther-bijbel van 1545.
4. Voorzijde van het stofomslag voor de Duitse Merian-Bibel in een reprografische editie uit 1983.
Das ethische Individuum ist wie das stille Wasser, das einen tiefen Grund hat; wer hingegen ästhetisch lebt, ist nur oberflächlich bewegt.Die Bedeutung des religiösen Leidens ist, der Unmittelbarkeit abzusterben.Geist ist: welche Macht die Erkenntnis über das Leben besitzt.Die Unmittelbarkeit ist das Glück, denn in der Unmittelbarkeit gibt es keinen Widerspruch; der Unmittelbare ist wesentlich glücklich, und die Lebensanschauung der Unmittelbarkeit ist das Glück.Es ist das Entweder-Oder, das die Menschen über die Engel erhebt.Der Unmittelbare kann das Unglück nicht fassen, er verspürt es nur; so is das Unglück stärker als er, und dieses Verhältnis zu der Phantasie-Leidenschaft der Unmittelbarkeit ist Verzweiflung.Der Ethiker führt nur Verzweiflung durch, die der höhere Ästhetiker bereits begonnen hat.Wer nur hoffen will, ist feige; wer nur sich erinnern will, ist wollüstig; wer aber die Wiederholung will, das ist ein Mann, und je gründlicher er er sich klar zu machen gewußt hat, ein um so tieferer Mensch ist er.Während ästhetische Existenz wesentlich Genuß ist, ethische Existenz wesentlich Kampf und Sieg, ist religiöse Existenz Leiden und nicht als Durchgangsmoment, sondern als ständige Begleitung.
Wenn man auch dazu imstande ist, den ganzen Glaubensinhalt in die Form des Begriffs umzusetzen, so folgt daraus nicht, daß man den Glauben begriffen hat, begriffen, wie man in ihn hineinkommt oder wie er in einen hineinkommt.Im Leiden beginnt das Religiöse zu atmen.Nun stehen wir also beim Paradox. Entweder kann der Einzelne als der Einzelne in einem absoluten Verhältnis zum Absoluten stehen, und so ist das Ethische nicht das Höchste, oder Abraham ist verloren, er ist weder ein tragischer Held noch ein ästhetischer Held.____________Afbeedingen1. De Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard (1813-1855).2. Duitse editie van Kierkegaards Brevier, verschenen als nummer 519 in de Insel-Bücherei.
Si il y a un amour pur et exempt du mélange de nos autres passions, c'est celui qui est caché au fond du coeur, et que nous ignorons nous-mêmes.Le sentiment de la fausseté des plaisirs présents, et l'ignorance de la vanité des plaisirs absents causent l'inconstance.
Peu de chose nous console parce que peu de chose nous afflige.On a bien de l'obligation à ceux qui avertissent des défauts, car ils mortifient; ils apprennent qu'on a été méprisé, ils n'empechent pas qu'on ne le soit à l'avenir, car on a bien d'autres défauts pour l'être. Ils préparent l'exercise de la correction et l'exemption d'un défaut.Il n'y a que deux sortes d'hommes: les uns justes, qui se croient pécheurs; les autres pécheurs qui se croient justes.Pour faire d'un homme un saint, il faut bien que ce soit la grâce, et qui en doute ne sait ce que c'est que saint et qu'homme.L'Écriture a pourvu de passages pour consoler toutes les conditions, et pour intimider toutes les conditions.Nous sommes si malheureux que nos ne pouvons prendre plaisir à une chose qu'à condition de nous fâcher si elle réussit mal; ce que mille choses peuvent faire, et font, à toute heure. Qui aurait trouvé le secret de se réjouir du bien sans se fâcher du mal contraire aurait trouvé le point; c'est le mouvement perpetuel.Chaque degré de bonne fortune qui nous élève dans le monde nous éloigne davantage de la vérité, parce qu'on appréhende plus de blesser ceux dont l'affection est plus utile et l'aversion plus dangereuse. Un prince sera la fable de toute l'Europe, et lui seul n'en saura rien.La grandeur de l'homme est grande en ce qu'il se connaît misérable. Un arbre ne se connaît misérable. C'est donc être misérable que de se connaître misérable; mais c'est être grand que de connaître qu'on est misérable.La justice et la vérité sont deux pointes si subtiles, que nos instruments sont trop mousses pour y toucher exactement.
Ich weiß nicht, was ich bin, ich bin nicht, was ich weiß:Ein Ding und nicht ein Ding: ein Tüpfchen und ein Kreis.Mensch, wo du deinen Geist schwingst über Ort und Zeit,So kannst du jeden Blick sein in der Ewigkeit.Mensch, wo du noch was bist, was weißt, was liebst und hast,So bist du, glaube mir, nicht ledig deiner Last.Tod ist ein selig Ding: je kräftiger er ist,Je herrlicher daraus das Leben wird erkiest.*
[* — hier: erkoren]
Indem der weise Mann zu tausendmalen stirbt,Er durch die Wahrheit selbst um tausend Leben wirbt.Ich lieb ein einzig Ding und weiß nicht, was es ist:Und weil ich es nicht weiß, drum hab ich es erkiest.Wer nichts begehrt, nichts hat, nichts weiß, nichts liebt, nichts will,Der hat, der weiß, begehrt und liebt noch immer viel.Zeit ist wie Ewigkeit un Ewigkeit wie Zeit,So du nur selber nicht machst einen Unterscheid.Was martest du das Erz; der Eckstein ist's allein,Indem Gesundheit, Gold und alle Künste sein.Wer in der Sonnen ist, dem mangelt nicht das Licht,Das dem, der außer ihr verirret geht, gebricht.Ein Auge, das sich nie der Lust des Sehns entbricht,Wird endlich gar verblend't und sieht sich selbsten nicht.Das Wort, das dich und mich und alle Dinge trägt,Wird wiederum von mir getragen und gehegt.Der Mensch ist alle Ding: ist's, daß ihm eins gebricht,So kennet er fürwahr sein Reichtum selber nicht.Du sprichst, m Firmament sei eine Sonn allein:Ich aber sage, daß viel tausend Sonnen sein.
Mensch, wo du ledig bist, das Wasser quillt aus dirSowohl als aus dem Brunn der Ewigkeit herfür.Die Weisheit find't sich gern wo hre Kinder sind.Warum? O Wunderding: sie selber ist ein Kind.Die Weisheit schauet sich in ihrem Spiegel an.Wer ist's? Sie selber, und wer Weisheit werden kann.Man red't von Zeit und Ort, von Nun und Ewigkeit:Was ist denn Zeit und Ort und Nun und Ewigkeit?Ich ward das, was ich war, und bin, was ich gewesen,Und werd es ewig sein, wenn Leib und Seel genesen.Der Ort und 's Wort ist eins, und wäre nicht der Ort,Bei ew'ger Ewigkeit, es wäre nicht das Wort.____________Afbeeldingen1. Angelus Silesius heette met burgerlijke naam Johannes Scheffler (1624-1677).2. Voorplat van de pocketeditie, verschenen in Goldmanns Gelbe Taschenbücher, 1960. Deze reeks, toen nog — evenals enkele andere reeksen Duitse pockets — met een linnen rugje, kostte twee Duitse marken. In hetzelfde jaar verscheen bij dezelfde uitgever, in de reeks Liebhaberausgaben, een in linnen gebonden editie voor de prijs van DM 8,50.De ongebruikte pocketeditie vond ik in 1994 in een kringloopwinkel tussen een enorme hoeveelheid paperbacks van middelmatige tot slechte kwaliteit, en wel voor de prijs van 10 cent. Verleden jaar ruimde een antiquariaat een exemplaar van de al evenmin gebruikte Goldmann-versie in linnen op voor 50 eurocent.
De wijze spreekt niet over datgene wat hij doet, maar hij doet evenmin iets waarover hij niet zou kunnen spreken.Wie andere kleren heeft aangetrokken, heeft nog geen persoonswisseling ondergaan.Als de olie op is, gaat de lamp uit.Het geluk is een overtrekkende wolk.De luipaard sterft en laat zijn vel achter, de mens zijn reputatie.Denk nooit: Hier ziet niemand mij, hier kan ik me laten gaan.Mensen die bovenmatig hoffelijk zijn, zijn meestal vals.Je kunt een mens terneder drukken met het gewicht van je tong.Ook de keizer heeft arme verwanten.Uit een zandkorreltje kan door kalmte en geduld een parel worden.Je kunt voor de wind niet wegrennen, je schaduw niet wegpoetsen.In de oudheid leefde iemand die zoveel van zijn eenogige vrouw hield dat het hem scheen dat alle andere vrouwen een oog teveel hadden.De wereld is een reusachtige zee, het hart van de mensen is de oever.Er zijn drie verschijnselen waarvan de mensen snel genoeg krijgen: van de nacht, van de winter en van de regen.Tegen de toekomst kun je je wapenen, maar niet tegen het verleden.Dikwijls is het moeilijker naar huis terug te keren dan weg te gaan.De oude wortels van de herfst zullen in de lente nieuw leven wekken.
Als ik mijzelf aan een streng onderzoek onderwerp en mijzelf niet rechtschapen vind, moet ik me dan niet zelfs voor de geringste onder bedelaars schamen? Maar als ik mezelf wel rechtschapen vind, kan ik mijzelf zonder schaamte voor vele duizenden vertonen.Kennis kleurt een mens sterker dan een kleur.Vrees niet als je slechts langzaam vooruitkomt, wees alleen bang voor stilstand.De mens is niets anders dan een kaars in de wind.De zee weigert zelfs de kleinste rivieren de toegang niet, daardoor is zij zo diep.Takken kunnen niet sterker zijn dan hun stam.Het is dikwijls belangrijker het gepraat van mensen in te dammen dan een rivier.Een halve sinaasappel is net zo zoet als een hele.____________Afbeeldingen: De beide oud-Chinese prenten zijn afkomstig uit het Duitse boek Nur wer den Gipfel des Berges erstiegen, vermag in die weite Ferne zu sehen — Chinesische Weisheiten und Geschichten, in 1951 als tweede druk uitgegeven voor Walther Scheuerman Verlag, Wien.
En zo wil ik alle vorsten die zich christen noemen, ertoe aansporen alle schijnmotieven en valse voorwendsels te laten varen en met alle ernst en toewijding ernaar te streven een einde te maken aan dit schandelijke en permanente drijven naar oorlog, om voortaan vrede en eendracht te doen heersen tussen allen die toch immers zo nauw verbonden zijn.Ik geloof haast niet onder het gehele mensdom iemand te kunnen vinden, die te aller ure wijs en die niet met enig soort van waanzin behept is.De ene gek lacht beurtelings om de andere en zij verschaffen elkaar wederkerig genoegen. En ook zal men niet zelden zien, dat de grootste gek lacht om de kleinste.De waarheid heeft een zekere natuurlijke kracht om te behagen, als er namelijk niets kwetsends bijkomt, maar dit voorrecht hebben de Goden zeker alleen aan de zotten geschonken.Als iemand een bij uitstek lelijke vrouw heeft, die echter, volgens het oordeel van haar man, wel met Venus kan wedijveren, zou dat niet even goed zijn, alsof zij inderdaad schoon was?Want wat baat de schoonheid, die uitstekende gave der onsterfelijke Goden, indien de smet der preutschheid daarop kleeft? Wat de jeugd, als men haar door den zuurdesem van aftandse brommerigheid laat bederven?Misschien zou het beter zijn, de theologen stilzwijgend voorbij te gaan en niet in deze modderpoel te roeren of slapende honden wakker te maken, omdat dit slag mensen bijzonder laatdunkend en prikkelbaar is.Zo beweren zij bijvoorbeeld, dat het een lichter misdrijf is, duizend mensen van kant te maken dan eenmaal op de dag des Heren een schoen te naaien voor een arme drommel.Er zijn theologen wier verstand te middelmatig en wier oordeel te bekrompen is, dan dat zij in staat zouden zijn iets van betekenis op te merken over de letterkunde.En — ieder vindt een spekje voor zijn bekje, of laat ik het liever zo zeggen, hoe onzinniger iets is, des te meer bewonderaars vindt het.* * * * *In eerder in deze reeks zijn al enkele bijdragen opgenomen met Wijze Woorden van schrijvers, van wie (een) verzameling(en) is (zijn) opgenomen in de Insel-Bücherei van Insel Verlag — een reeks dunne stevige boekjes met een plat rugje — dat het overigens veelal heeft begeven waar het om de oudere, voornamelijk vooroorlogse uitgaven betreft.In Nederland zijn ook nog na de oorlog diverse series boekjes verschenen met een uiterlijk dat reminiscenties oproept aan die bewuste reeks van Insel-Verlag. Zo heeft Uitgeverij Bigot & Van Rossum te Amsterdam de Uilenreeks geproduceerd met daarin internationale letteren: veel proza, flink wat minder poëzie, en nog enkele uitgaven met beeldmateriaal. Op dat laatstgenoemde onderdeel zullen we op een van onze zustersites ongetwijfeld bij gelegenheid nog terugkomen.
Een andere serie van dezelfde uitgeverij is de Kristallenreeks, met daarin Wijsheden van heinde en verre. Deeltjes uit deze reeks kom je weinig tegen, en in die welke je in handen krijgt, ontbreekt — geheel in strijd met de traditie — een lijstje achterin van auteurs, zodat je alleen weet welke schrijvers erin voorkomen als je die eenmaal hebt gezien. In ieder geval is er een bundel met Arabische Wijsheid verschenen (nr. 2), een deeltje met aforismen van de Franse filosoof Blaise Pascal (nr. 5) en een deel met wijze woorden van Erasmus (als nummer 3). Enkele van de hierboven opgenomen uitspraken stammen uit die bundel, de rest had ik op een andere wijze bijeen gesprokkeld. Er is echter zoveel zinnigs uit diens pen gevloeid dat het op deze site vast niet bij één keuze uit dat totaal zal blijven. Ergo: verheugt u haastiglijk.Afbeeldingen1. Desiderius Erasmus (ca. 1466-1536), geschilderd circa 1523, door Hans Holbein der Jüngere (ca. 1498-1543).2. Voorzijde van deel 3 in de Kristallenreeks, met aforismen van Erasmus.
So war ich oft in Gesellschaft einsam und die völlige Einsamkeit war mir meistens lieber.Geistes- und Seelenverwandte — auf eben diese Weise können unter Menschen wahrhaft bedeutende Freundschaften entstehen: denn entgegengesetzte Eigenschaften machen eine innigere Vereinigung möglich.Ein Kerl der alle Menschen hassen, der muss was sein.Es gibt kein äusseres Zeichen der Höflichkeit, das nicht einen tiefen sittlichen Grund hätte. Die rechte Erziehung wäre welche dieses Zeichen und den Grund zugleich überlieferte.Was ist's anders als Menschenschicksal, sein Mass auszuleiden, seinen Becher auszutrinken.Des Menschen grösstes Verdienst bleibt wohl, wenn er die Umstände soviel als möglich bestimmt und sich so wenig als möglich von ihnen bestimmen lässt. Das ganze Weltwesen liegt vor uns, wie ein grosser Steinbruch vor dem Baumeister, der nur dann den Namen verdient, wenn er aus diesen zufälligen Naturmassen ein in seinem Geiste entsprungenes Urbild mit der grössten Ökonomie, Zweckmässigkeit und Festigkeit zusammenstellt. Alles ausser uns ist nur Element, ja, ich darf wohl sagen, alles an uns; aber tief in uns liegt diese schöpferische Kraft, die das zu erschaffen vermag, was sein soll, und uns nicht ruhen lässt, bis wir es ausser und oder an uns, auf eine andere Weise, dargestellt haben.Nur alle Menschen machen die Menschheit aus, nur alle Kräfte zusammengenommen die Welt. Diese sind unter sich of im Widerstreit, und indem sie sich zu zerstören suchen, hält sie die Natur zusammen und bringt sie wieder hervor. Von dem geringsten tierischen Handwerkstriebe bis zur höchsten Ausübung der geistigen Kunst, vom Lallen und Jauchzen des Kindes bis zur trefflichsten Äusserung des Redners und Sängers, vom ersten Balgen des Knaben bis zu den ungeheueren Anstalten, wodurch Länder erhalten und erobert werden, vom leichtesten Wohlwollen und der flüchtigsten Liebe bis zur heftigsten Leidenschaft und zum ernstesten Bunde, von dem reinsten Gefühl der sinnlichen Gegenwart bis zu den leisesten Ahnungen der entferntesten geistigen Zukunft, alles das und weit mehr liegt im Menschen und muss ausgebildet werden: aber nicht in einem sondern in vielen. Jede Anlage ist wichtig und sie muss entwickelt werden. Wenn einer nur das Schöne, der andere nur das Nützliche befördert, so machen beide zusammen erst einen Menschen aus. Das Nützliche befördert sichselbst, denn die Menge bringt es hervor, und alle können's nicht entbehren: das Schöne muss befördert werden, denn wenige stellen's dar, und viele bedürfen's.Es kommt darauf an, was einer auf der Waage der Menschheit wiegt, alles Übrige ist eitel.Des Todes rührendes Bild steht nicht als Schrecken dem Weisen und nicht als Ende dem Frommen. Jenen drängt es ins Leben zurück und lehrt ihn handeln, diesen stärkt es zu künftigem Heil im Trübsaal die Hoffnung. Beiden wird zum Leben der Tod.Für Sorgen sorgt das liebe LebenUnd Sorgenbrecher sind die Reben__________Afbeelding: Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) dicteert zijn secretaris John.