woensdag 1 oktober 2008

Overdenkingen van de Chinese mysticus Tsjoeang Tsze

Een volmaakt mens minacht het ware wezen; de goddelijke mens minacht de daad; de ware Wijze minacht de roem.


De volmaakte mens is een spiritueel wezen. Al zou de oceaan geheel worden uitgedroogd door hitte, hij zou geen hitte voelen. Al zou de Melkweg hard bevroren raken, hij zou geen koude voelen. Al zouden de bergen door de bliksem worden gespleten, hij zou niet sidderen.


De ware Wijze houdt geen rekening met God. Hij houdt geen rekening met de mens. Hij houdt geen rekening met een begin. Hij houdt geen rekening met materie. Hij beweegt zich in harmonie met zijn medemensen en hij lijdt niet. Hij accepteert de dingen zoals deze zijn en wordt er niet door overrompel. Hoe zouden wij kunnen worden als hij?


Uitwendige straffen worden toegebracht door metaal en hout. Innerlijke straffen komen voort uit wroeging en angst. Dwazen, die uiterlijke straffen oplopen, worden met hout en metaal bewerkt. Zij, die innerlijke straffen over zichzelf afroepen, worden verteerd door het gisten van hun aandoeningen. Alleen de zuivere en volmaakte mens weet deze te mijden.




Schenk geen aandacht aan de tijd, evenmin aan recht en onrecht, maar begeef je in de sfeer van het oneindige en rust aldaar.


Mensen van de wereld zijn altijd verheugd als anderen zo zijn als zij, maar maken bezwaar als dit niet het geval is.


Het leven van de mens is als een paard op hol. Bij elke bocht verandert het. Wat kan hij anders doen dan de voortgang op zijn beloop te laten.


De mens trekt door dit ondermaanse als een zonnestraal langs een kier: een moment aldaar en even later weer verdwenen.


De mens, de beseft dat hij dwaas is, is geen al te grote dwaas.


Ons leven kent een grens, maar kennis is grenzenloos.


De geboorte is niet het begin, de dood is niet het einde.


De heersers van vroeger schreven al hun successen toe aan hun volk, maar schreven alle mislukkingen aan zichzelf toe.
__________
Afbeelding: Liggende Chinese wijsgeer. Overgenomen van de voorzijde van het omslag van een eerdere verzameling met Overpeinzingen van een Chinees mysticus, voor het eerst verschenen in 1913 bij H.P. ter Braak, Deventer. Met als toevoeging op de voorzijde, rechtsonder: Uit de schatkamer der wijsheid.
(Via internet is de eerste druk nog verkrijgbaar, evenals de tweede uit 1917, bij een andere firma, eveneens te Deventer. Dan schijnt het om een gebonden exemplaar te gaan.)


Geen opmerkingen: